Snelle slalom
30 km/h
Waarom deze oefening zo belangrijk is
De snelle slalom is een examenoefening binnen het AVB-examen voor de motorfiets. Bij deze oefening staan zes pylonen achter elkaar en rijd je met minimaal 30 km/u door de slalom. Je rijdt met een trekkende motor en probeert de beweging van links naar rechts zo vloeiend mogelijk uit te voeren.
Neem contact met ons op!
Motorrijles
Tijdens je motorrijles leer je hiermee veel meer dan alleen tussen een paar pionnen door sturen. De oefening laat zien of je snelheid, balans, kijktechniek en voertuigbeheersing tegelijkertijd onder controle hebt. Het CBR gebruikt de snelle slalom juist om te beoordelen of je de motor op hogere snelheid gecontroleerd kunt afschuinen en kantelen.
Wat wil men met de snelle slalom bereiken?
Op de openbare weg rijd je zelden alleen maar rechtdoor. Je moet voortdurend kleine en grotere koersveranderingen maken. Denk aan een bochtencombinatie, een obstakel ontwijken of je lijn aanpassen wanneer de situatie daarom vraagt.
Bij de snelle slalom leer je dat een motorfiets niet alleen met het stuur wordt bestuurd. Je gebruikt je blik, je lichaam en een korte stuurimpuls om de motor van richting te laten veranderen.
Daarbij moet de beweging rustig blijven.
Wie verkrampt op het stuur zit, te laat kijkt of iedere pylon afzonderlijk probeert te “pakken”, krijgt een hoekige slalom. De bedoeling is juist dat er een natuurlijk ritme ontstaat: links kantelen, terugkomen, rechts kantelen en opnieuw terug.
Dat gevoel voor ritme en balans neem je later mee naar het echte verkeer.
Zo voer je de oefening goed uit
De oefening begint al vóór de eerste pylon.
Zorg dat je op tijd de juiste snelheid hebt en dat de motor licht blijft trekken. Kijk verder vooruit dan de eerste pylon en probeer niet vlak voor je voorwiel te kijken.
Je armen blijven ontspannen. Vanuit je lichaam en heupen laat je de motor telkens van richting veranderen. Hoe rustiger je bovenlichaam blijft, hoe gemakkelijker de motor onder je kan bewegen.
Belangrijke aandachtspunten zijn:
- minimaal 30 km/u rijden;
- de motor trekkend houden;
- vooruit kijken;
- ontspannen armen en schouders;
- een gelijkmatig ritme houden;
- de motor durven afschuinen;
- niet abrupt gas geven of terugnemen.
Juist daarom is een spoedcursus motorrijles handig wanneer je intensief aan je AVB-oefeningen wilt werken. Op het afgesloten oefenterrein staan de verschillende examenoefeningen dicht bij elkaar opgesteld, waardoor de beschikbare lestijd vooral aan oefenen kan worden besteed.
Wanneer krijg je een voldoende?
Alleen de pionnen niet raken is niet genoeg.
Volgens het CBR moet je bij de snelle slalom laten zien dat je de oefening vloeiend en gelijkmatig uitvoert, met een snelheid van minimaal 30 km/u en met trekkende motor. Daarbij moet duidelijk zijn dat je de motor kunt en durft af te schuinen en te kantelen.
Daarnaast geldt voor iedere AVB-oefening dat de uitvoering correct moet zijn én dat je de motor goed bedient, bestuurt en in balans houdt.
Een voldoende betekent dus grofweg:
je hebt voldoende snelheid, houdt controle over de motor, rijdt in een regelmatig ritme en hoeft de oefening niet met grote of paniekerige correcties te redden.
Maak je tijdens het AVB-examen een oefening onvoldoende, dan mag je die oefening één keer overdoen. In totaal voer je zeven oefeningen uit en moet je er minimaal vijf succesvol afronden.
Eerst voertuigbeheersing, daarna het verkeer in
Het voordeel van oefenen op een afgesloten terrein is dat je alle aandacht kunt richten op voertuigbeheersing. Geen kruispunten, fietsers of ander druk verkeer; eerst leren wat de motor doet en hoe jij daarop reageert.
Dat principe gebruikt VVC Adventure ook bij autorijles op het verkeersoefenterrein. Daar leer je eerst de bediening en voertuigbeheersing in een afgesloten omgeving voordat de opleiding op de openbare weg verdergaat.
Voor motorlessen werkt dezelfde gedachte. Eerst balans, remmen, sturen en manoeuvreren onder controle krijgen. Daarna kun je meer aandacht besteden aan verkeersinzicht, positie op de weg en veilig deelnemen aan het verkeer.
Wil je na je motorrijbewijs nog verder?
De AVB-oefeningen zijn bedoeld om een goede basis te leggen, maar voertuigbeheersing stopt natuurlijk niet zodra je het examen hebt gehaald.
Wil je daarna ontdekken hoe de motor reageert wanneer de omstandigheden lastiger worden, dan kun je verder met een slipcursus motorfiets.
Daar gaat het niet meer om slagen voor een examenoefening, maar om verdere rijvaardigheid. VVC Adventure biedt verschillende vervolgtrainingen voor de motorfiets, waaronder een slipcursus op glad wegdek, slip- en offroadtraining en een uitgebreider totaalpakket met slip-, offroad- en bochtentechniek.
De snelle slalom is dus veel meer dan een rijtje pionnen. Je leert er precies wat een goede motorrijder nodig heeft: vooruit kijken, ontspannen blijven, snelheid beheersen en de motor gecontroleerd van richting laten veranderen.